Share

Greuter over Warmtebedrijf: ‘Het was niet haalbaar’

Het Warmtebedrijf Rotterdam had nooit zo snel opgericht moeten worden. Dat is de boodschap van de eerste directeur van het Warmtebedrijf Paul Greuter en beleidsadviseur van de gemeente Rotterdam Nel Griffioen-Smit. Beiden zijn verhoord door de enquêtecommissie, die de problemen bij het Warmtebedrijf onderzoekt. Er waren te weinig contracten en afspraken met bedrijven waar de warmte vandaan moest komen. Daardoor was het project om restwarmte uit de haven te gebruiken voor het verwarmen van woningen en bedrijven veel risicovoller dan werd gedacht, zeggen ze.  Veel nog niet geregeldGreuter kan zich zijn start bij het Warmtebedrijf nog goed herinneren. Hij wist dat er nog veel te doen was. Hij was ingehuurd om het bedrijf op te zetten en wist dat niet alles al geregeld was. Maar eenmaal binnen ontdekt hij dat in tegenstelling tot wat hij had verwacht veel meer zaken nog in voorbereiding waren en nog verder uitgewerkt moesten worden. Een van de belangrijkste zaken die alleen op hoofdlijnen was geregeld, was het contract met Shell. De oliemaatschappij zou gratis zeventig Megawatt ton warmte afstaan. Het Warmtebedrijf moest zelf de noodzakelijke installatie betalen die bij Shell neergezet moest worden om de warmte op te vangen. Greuter ontdekte dat van de zeventig Megawatt ton er eigenlijk pas 25 ton echt geleverd zou kunnen worden. Het opvangen van warmte bij de andere installaties was nog niet afgesproken en geregeld. Greuter: "Ik wist dat er de nodige uitdagingen zouden komen. Ik kende Shell. Maar gaandeweg ben ik er gewoon achtergekomen dat het bedrijfseconomisch niet haalbaar was".   Torenhoge extra kostenDat het financieel niet op te brengen was, kwam doordat de kosten van de aanpassing van de installatie van Shell voor het Warmtebedrijf steeds duurder werden. De installatie zou zes weken voor een onderhoudsbeurt stil komen te liggen. Dan zou ook de aanpassing gebouwd worden. Het onderhoud duurde geen zes weken, maar vier weken. "De twee weken die het bedrijf langer zou moeten stilleggen zou het Warmtebedrijf veel geld kosten. Dat waren kosten van ongeveer één miljoen per dag. En dan wist je nog niet eens of er geen vertraging zou ontstaan zijn, waardoor de kosten nog hoger zouden worden", aldus Griffioen-Smit. Stoppen met ShellTijdens de stop is er gekeken wat er nu gedaan moest worden: doorgaan en op welke manier of stoppen met Warmtebedrijf. Uiteindelijk bleek doorgaan met Shell geen haalbare zaak en werd besloten te stoppen. Zo herinnert ook oud-wethouder Mark Harbers het zich. Hij was toen net wethouder geworden.Harbers: "Het was duidelijk dat van de huidige business case weinig meer over was. De kosten waren aanvankelijk geraamd op 25 miljoen euro, Maar dat ging inmiddels richting 48 miljoen en later zelfs naar de zeventig miljoen euro".   Dat het zover opliep kwam doordat het warmtebedrijf geen afspraken had kunnen maken tot hoe ver kosten mochten stijgen. De begrenzing van de kosten ontbrak.Samen met KPMG hebben de gemeente en EON toen een nieuw plan opgesteld met de AVR.Oud-wethouder Harbers zei tegen de commissie dat hij daar vertrouwen in had. Daarom is toen niet overwogen om te stoppen met het Warmtebedrijf. Een andere reden was ook dat er al veel geld ingestoken was. En er was de politieke – en maatschappelijke wens om restwarmte niet weg te doen maar te gebruiken voor het verwarmen van bedrijven en woningen.

Leave a Comment