Share

Briefschrijver Jan (94) geraakt door vele reacties: ‘Ik hoop dat dit helpt’

Jan Hoek (94) uit Rotterdam-Zuid is sinds afgelopen weekend even een bekende Nederlander. Zijn ingezonden brief in het AD – waarin hij jongeren opriep om zich nog even aan de coronaregels te houden – ging viral en vanuit heel het land regent het positieve reacties. Reacties die de Rotterdammer niet in de koude kleren gaan zitten.Hoek wordt er zichtbaar emotioneel van wanneer hij nog eens benoemt dat het hem verbaasde dat er zoveel reacties zijn gekomen op zijn brief. "Ik hoop ook echt dat ze het lezen en denken: die man  is misschien wel 94, maar hij heeft wel gelijk." Verloren jarenIn de brief trekt Hoek vooral een vergelijking met zijn eigen jeugd. Een jeugd die vanaf zijn vijftiende levensjaar vooral in het teken stond van oorlog. Het leidde tot tien verloren jaren waarin hij geen vrijheid kende en moest doen wat hem werd opgedragen. "En sommige dingen die je dan meemaakt, neem je ook na die tien jaar nog mee in de rest van je leven", voegt Hoek geëmotioneerd toe.Hoek was pas vijftien toen de oorlog uitbrak en op zijn negentiende dacht hij 'even' weg te moeten. "De razzia was bezig en ik en mijn broer moesten even meekomen. Ik zei nog tegen mijn moeder: 'we zijn zo terug', maar dat 'zo terug' werd maar liefst een halfjaar."Gedurende dat halve jaar ging Hoek naar het Duitse Euserden om in een fabriek te werken en ondanks verwoede pogingen om te ontsnappen ("mijn broer had ziekte gesimuleerd en kon zo naar huis, maar ik was niet zo goed in dat acteren"), kon hij niet eerder terugkomen."Uiteindelijk moest ik tussendoor naar Osnabrück omdat ik helemaal onder de luizen zat. Toen het luchtalarm ging kon ik nergens schuilen, want buitenlanders mochten dat niet. En in de trein naar huis werd ik door een dikke Duitse man als levend schild beetgepakt toen de trein werd beschoten", vertelt Hoek verder. ParadijsZo heeft Hoek vele anekdotes over de oorlogstijd die zich niet alleen in Rotterdam en Duitsland afspeelde. Nadat hij eindelijk terugkeerde, moest hij in 1946 door naar een ander strijdtoneel: Nederlands-Indië. Een periode waar Hoek niet graag aan terugdenkt en waar hij ook heel ziek werd. "Er werd toen geelzucht bij mij geconstateerd, en toen de dokter later vroeg wat ik het liefst wilde, kon ik alleen maar zeggen dat ik op mijn knieën wilde smeken om terug te mogen naar Nederland."Die terugkomst vond uiteindelijk plaats in 1949, vlak voor de 25e verjaardag van Hoek. "Dat wil ik ook echt meegeven aan de jongeren met deze brief", vervolgt Hoek. "Dat zij wat dat betreft in een paradijs leven. Er is vrijheid, vrijheid die ik destijds maar al te graag had willen hebben. maar je moet nog even volhouden. Op die manier bescherm je de mensen die zo hard vechten tegen dit virus en kan je ook levens redden.""Want dat hoop ik echt", besluit Hoek. "Dat er echt jongeren zijn die nu anders denken en dat het schrijven niet voor niets is geweest. Nog zes maanden even niet feesten en geen uitjes plannen, dan kan je een hoop betekenen voor anderen. Dat hoop ik echt, dat dit heeft kunnen helpen."

Leave a Comment